NIRS

Een van de methoden die in ons onderzoek gebruikt worden is het meten van hersenactiviteit met behulp van NIRS (Near infrared spectroscopy). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een speciaal soort high-tech muts met sensoren die het zuurstofgehalte van de verschillende hersengebieden van de baby kunnen meten. De sensoren sturen licht uit en meten hoeveel van dit licht gereflecteerd wordt door de verschillende hersengebieden. De hoeveelheid gereflecteerd licht hangt af van het zuurstofgehalte en kan ons zo iets vertellen over welke gebieden geactiveerd worden. Deze NIRS methode wordt in verschillende onderzoekscentra over de hele wereld gebruikt om de ontwikkeling van jonge kinderen te onderzoeken.

NIRSWaarom maken we gebruik van het meten van hersenactiviteit? Wanneer de baby bijvoorbeeld naar een plaatje kijkt, naar taal luistert, maar ook wanneer de baby andere mensen in zijn omgeving observeert of zich verbaast, zijn er in de hersenactiviteit bepaalde patronen te ontdekken. Door de hersenactiviteit precies te onderzoeken kunnen we inzicht krijgen in wat er om gaat in het hoofd van de baby. Omdat hele jonge kinderen nog niet in staat zijn om ons te vertellen hoe ze andere mensen zien of hoe ze het luisteren naar gesproken taal beleven, is het moeilijk om erachter te komen hoe vroege cognitieve ontwikkeling in z'n werk gaat. Met behulp van de methode die wij gebruiken, kunnen we toch inzicht krijgen in vroege ontwikkelingsprocessen.

Het hierboven beschreven onderzoek wordt uitgevoerd in onze ruimte op het Donders Centre for Cognitive Neuroimaging (DCCN) te Nijmegen. Het DCCN is speciaal opgezet voor het doen van hersenonderzoek. Een van de ruimtes in dit centrum maakt onderdeel uit van het Baby Research Center en is speciaal ingericht voor onderzoek met baby's.

Een typisch NIRS onderzoek van het Baby Research Center verloopt als volgt: Voordat we beginnen met het onderzoek wordt de aanwezige ouder(s) uitgebreid geïnformeerd over wat er gaat gebeuren en is er gelegenheid om vragen te stellen. Terwijl de onderzoeker met de ouders praat, kan het kindje lekker spelen en wennen aan de onderzoeksruimte en de onderzoeker. Na deze introductie begint de onderzoeker met het voorbereiden van het NIRS onderzoek. De onderzoeker doet hiervoor het NIRS kapje op bij het kindje en bevestigt het kapje met een bandje onder de kin. Dit op doen van het kapje is natuurlijk een beetje vreemd voor het kindje maar met wat afleiding door middel van een speeltje lukt het meestal heel goed. Na ongeveer vijf minuten zijn deze voorbereidingen gedaan en kan met het onderzoek begonnen worden.

Het onderzoek vindt plaats in een aparte ruimte waar het kindje in een kinderstoeltje komt te zitten. De ouder neemt naast het kindje plaats. De onderzoeker zit in de aangrenzende ruimte om het onderzoek aan te zetten en in de gaten te houden. Tijdens het onderzoek kijkt de baby naar plaatjes of filmpjes of luistert de baby naar woordjes en zinnetjes, terwijl zijn/haar hersenactiviteit wordt gemeten. De aanwezige ouder krijgt vaak een koptelefoon op zodat hij/zij de baby in zijn reactie niet kan beïnvloeden. Tijdens het onderzoek kan op elk moment gepauzeerd worden, en het onderzoek zal natuurlijk gestopt worden als de baby er geen zin meer in heeft. Het eigenlijke onderzoek lijkt dus veel op de onderzoeken zoals die ook in het BRC in de Montessorilaan worden gedaan, alleen dat het baby tijdens het kijken en/of luisteren de NIRS-muts op zijn hoofd heeft.